wageindicator-logowageindicator-logowageindicator-logowageindicator-logowageindicator-logowageindicator-logowageindicator-logo
You Share, We Compare
@

Sociale Zekerheid

Pensioenrechten

De pensioengerechtigde leeftijd was 65 en loopt geleidelijk op tot 67 in 2021.  Een ingezetene van Nederland, of iemand die in het land werkt, neemt aan de bestaande regeling deel vanasf zijn 15e (wordt 17 in 2021) tot zijn 65e (wordt 67). Voor een volledig pensioen moet iemand 50 jaar ingeschreven zijn geweest. Elk ontbrekend jaar leidt tot een korting van het pensioen met 2%.

Er is geen verband tussen de hoogte van het pensioen en de totaal betaalde premiesom. Het algemene ouderdomspensioen is gelijk voor iedereen, en bedraagt 2% per jaar ingezetene zijn geweest. Als ingezetene neemt men deel aan het AOW-pensioenstelsel. De hoogte van het pensioen verschilt tussen alleenwonenden en samenwonenden.

Alleenwonenden hebben recht op een AOW-pensioen ter hoogte van 70% van het netto minimumloon. Samenwonenden of getrouwde personen hebben recht op 50%. Is de partner ook pensioengerechtigd, dan ontvangen ze samen 100% van het netto minimumloon. Men kon aanspraak maken op een toeslag als de jongere partner geen of weinig inkomen had. Onder het regime dat per 1 april 2015 is ingegaan,  is deze toeslagmogelijkheid vervallen.

Bron: Algemene Ouderdoms Wet-AOW van 31 mei 1956

Nabestaandenpensioen

Ingezetenen van Nederland vallen onder de Algemene Nabestaanden Wet-ANW. Deze voorziet in diverse uitkeringen, zoals een nabestaandenpensioen, een wezenpensioen en een toeslag voor hulpbehoevenden.

Nabestaande partners met een minderjarig ongehuwd kind, of in verwachting, die niet kunnen werken  (dat wil zeggen niet in staat 45% van een normal loon in passend werk te verdienen, of geboren voor 1 januari 1950), en wezen tot de leeftijd van 16 jaar (21 jaar voor studenten) komen hiervoor in aanmerking. Het nabestaandenpensioen voor de overlevenden vervalt bij huwelijk of registratie als partners of samenwonend, en bij het bereiken van de 16-jarige of 21-jarige leeftijd in het geval van wezen.

Het nabestaandenpensioen bedraagt nooit meer dan 70% van het minimumloon en varieert met het inkomen van de nabestaande. Het wezenpensioen is gekoppeld aan het minimumloon en varieert met de kleeftijd en status van de wees. Het volle wezenpensioen is verdeeld in drie categorieën: voor kinderen onder de 10, van 10 tot 16, en van 16 tot 21 jaar. De hoogte van het pensioen wordt twee keer per jaar aangepast en volgt de ontwikkeling van het minimumloon in januari en juli. In mei van elk jaar wordt het verhoogd met de vakantie uitkering.

Nabestaanden van een overleden verzekerde werknemer ontvangen na diens overlijden een eenmalige uitkering van een maandsalaris (tot €198,28 per dag). Bij het overlijden van een uitkeringsgerechtigde ontvangen de nabestaanden eenmalig de maandelijkse uitkering. Bij de dood van een gepensioneerde ontvangen nabestaanden eenmalig diens maandpensioen, uit te keren aan de ex-partner en/of afhankelijke kinderen zonder eigen inkomen.

Bron: Algemene Nabestaanden Wet-ANW van 21 december 1995

Invaliditeitsuitkering

De arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt in detail beschreven onder Invaliditeit/Ongevallen op het werk. 

@