Vakantie en Feestdagen

Vakantie en Vakantiegeld

Iedere werknemer heeft jaarlijks recht op betaald vakantieverlof, dat gedurende het jaar wordt opgebouwd. Is de werknemer nog geen jaar in dienst, dan wordt het verlof berekend naar rato van de gewerkte periode.  

Werknemers hebben recht op ten minste vier keer het aantal werkuren per week aan vakantie. Een voltijdwerker heeft dus recht op ten minste 20 dagen per jaar, uitgaande van een vijfdaagse werkweek.  

Het tijdstip van vakantie wordt vastgesteld door de werkgever, in overleg met de werknemer. Daarbij worden de wensen van de werknemer zo veel mogelijk gehonoreerd - alleen wegens dringende redenen kan de werkgever afwijken van de wensen van de werknemer. De vakantie moet tijdig worden vastgesteld, zodat de werknemer voldoende tijd heeft om zich erop voor te bereiden. De werkgever moet de werknemer in principe in staat stellen een aaneengesloten verlofperiode op te nemen tussen 30 april en 1 oktober, in periodes van ten minste twee weken of twee keer een week.

Niet-opgenomen vakantiedagen kunnen meegenomen worden naar het volgende jaar, mits vóór 1 juli opgenomen, tenzij er redenen zijn die het aannemelijk maken dat de werknemer daartoe niet in staat was/is (zoals arbeidsongeschiktheid of gebrek aan medewerking van de werkgever). De extra (bovenwettelijke) vakantiedagen mogen wel worden gespaard gedurende een periode van vijf jaar.

Werknemers hebben recht op doorbetaling van hun salaris tijdens de vakantieperiode. Daarbovenop ontvangen zij een vakantietoeslag van 8% van hun jaarsalaris. Verdient een werknemer meer dan drie keer het minimumloon, dan kunnen partijen overeenkomen geen vakantiegeld uit te keren, of een lager percentage. In de praktijk schrijven de cao’s vrijwel altijd voor dat het vakantiegeld voor alle salarisschalen geldt, daarbij inbegrepen de hoogste.   

Een werknemer kan zijn wettelijke vakantiedagen niet uitbetaald krijgen, behalve bij het einde van het dienstverband.

Bronnen:

Boek 7, Titel 10, §634-645 Arbeidsovereenkomsten van het Burgerlijk Wetboek

Arbeidstijdenwet van 23 november 1995

§15.1 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag van 27 november 1968

Feestdagen en loon

Nederland telt elf officiële feestdagen. Er is geen wettelijke bepaling over extra loonbetaling bij werken op feestdagen. Wel kan de cao een toeslag voorschrijven.

Deze feestdagen zijn nieuwjaarsdag (1 januari), Goede Vrijdag, Pasen (zondag en maandag), Koningsdag (27 april), Bevrijdingsdag (5 mei, officiële feestdag eens in de 5 jaar, de volgende valt in 2020), Hemelvaartsdag, Pinksteren (zondag en maandag) en Kerstmis (25 en 26 december). Of een officiële feestdag een (extra) vrije dag is staat in de cao of arbeidsovereenkomst. 

Rustdagen

Werknemers hebben recht op dagelijkse en wekelijkse rustperiodes, conform de Arbeidstijdenwet. Ze hebben recht op een aaneengesloten periode rust van ten minste 11 uur per etmaal. Eens per week mag deze dagelijkse rustperiode worden bekort tot 8 uur, als de aard van het werk of bedrijvigheid dit vereist.

Werknemers hebben recht op een wekelijkse rustperiode van 36 aaneengesloten uren. Voor 14 dagen (twee weken) is dat 72 uur. Deze wekelijkse of tweewekelijkse rustperiode mag worden verdeeld in twee afzonderlijke periodes, mits niet korter dan 32 uur elk. De zondag maakt in principe deel uit van de wekelijkse rustperiode. Van een werknemer kan niet worden verlangd op zondag te werken, tenzij de aard van het werk dit vereist en het met de werknemer is overeengekomen middels een arbeidscontract.

De werkgever is verplicht het werk zo te organiseren dat een werknemer over een periode van 52 weken ten minste 13 zondagen niet werkt. Bij cao mag van deze regel worden afgeweken. Werken op 40 of meer zondagen per periode van 52 weken mag alleen indien de werknemer daarmee instemt.

 

Bronnen: secties 5:3, 5:5, en 5:6 van de Arbeidstijdenwet van 23 november 1995

Citeer deze pagina © WageIndicator 2017 - Loonwijzer.nl - Vakantie en Feestdagen