Wat is een redelijk topsalaris? En vooral: waarom?
FNV Bondgenoten pleitte midden in het debat over de bonusgekte begin 2009 voor een maximumsalaris voor topbestuurders. Directiesalarissen zouden de vier ton niet mogen overstijgen. Dat is ongeveer 20 keer het bruto minimum loon, wat weer gelijk is aan het salaris op dat moment van de directeur van de Nederlandse Bank Nout Wellink. Maar waarom is vier ton een redelijk bedrag? Hoe kom je daarop uit? Een gesprek met Patricia de Wit, Bureau Baarda, over wat ‘redelijk’, ‘rechtvaardig’ en ‘fatsoenlijk’ is in Nederland lonenland.
Dat
noemen jullie ‘fatsoenlijk’, vier ton?
Bureau
Baarda is een groot voorstander van fatsoenlijk belonen. We weten
waarover we het hebben. We zijn gespecialiseerd in
beloningsonderzoek. Als wij de salarisontwikkelingen in de markt
analyseren en doortrekken naar de top van een bedrijf, komen wij op
precies hetzelfde bedrag uit als FNV Bondgenoten, namelijk vier ton!
Dat de FNV een redelijk voorstel doet staat wat ons betreft dus
buiten kijf.
Hoe
bepaal je wat ‘redelijk’ is?
Twee
vormen van rechtvaardigheid liggen ten grondslag aan beoordelingen
over redelijkheid: ruilrechtvaardigheid en verdelende
rechtvaardigheid. Ruilrechtvaardigheid is een gevoel van wat eerlijk
is als we iets ruilen met een ander. Hierbij speelt de economische
marktwerking een dominante rol. Denk maar aan www.marktplaats.nl.
De geboden prijs ervaren we als eerlijk. Verdelende rechtvaardigheid
heeft te maken met een eerlijke verdeling van beschikbare goederen of
geld binnen een groep. Denk hierbij aan de verdeling van het eten (of
de toetjes) binnen een gezin. Deze twee vormen van rechtvaardigheid
spelen een rol in al onze beoordelingen van wat goed en niet-goed is.
Kunnen
we deze rechtvaardigheidseisen ook gebruiken bij het salaris voor
topbestuurders?
Ja!
Deze twee grondvormen van rechtvaardigheid spelen ook rol in de
beoordeling of vier ton een redelijk bedrag is voor een
topbestuurder.
Hoe
dan?
Ruilrechtvaardigheid
heeft te maken met marktconformiteit: wat wordt in de markt betaald
voor een bepaalde functie. Verdelende rechtvaardigheid heeft te maken
met een eerlijke verdeling van het beschikbare geld binnen een
onderneming. Het gaat dan dus om interne salarisverhoudingen. Om een
rechtvaardig topsalaris vast te stellen moet je dus enerzijds kijken
naar wat elders wordt betaald (marktvergelijking). En anderzijds moet
er één salarisstructuur komen die voor het hele bedrijf de
salarissen bepaalt, vanuit één onderliggend principe. Dan kan je
een prima salarisstructuur ontwikkelen die voor iedereen, inclusief
de topbestuurders, een marktconform salaris biedt!
Maar
gebeurt dat ook voor de vaststelling van topsalarissen?
Nee.
Tenminste, lang niet altijd. Dat komt ook door de nadruk in de media
op de hoogte van enkele uitzonderlijke topsalarissen. Daardoor is er
enkel aandacht voor ruilrechtvaardigheid en dus voor de marktwerking.
Deze eenzijdige kijk zorgt voor angst voor weglopen van
topbestuurders en hun ondernemingen naar het buitenland. Daar komt
dan nog de neiging bij om vooral naar boven te vergelijken: wie
verdient er meer? Dat versterkt de opwaartse druk. Het ondergeschoven
belang van intern vergelijken voor het vaststellen van topsalarissen
was al eerder door de commissie Frijns geconstateerd. Maar daarna is
er weinig mee gebeurd. Salarisstructuren lopen in bedrijven vaak tot
het Management Team niveau. Daarboven wordt vaak alleen nog maar naar
ruilrechtvaardigheid gekeken, naar de marktwerking dus.
Eén
salarissysteem voor de hele organisatie is de oplossing, zeg je. Kan
dat wel?
De
belangrijkste eis is dat we één onderliggend principe kiezen waarop
we de structuur bouwen. Dit is het moeilijkst en gaat meestal
verkeerd. Het gebeurt geregeld dat functiezwaarte het onderliggend
principe is, maar dat op de hogere niveaus ineens de omzetcijfers
bepalend zijn. Alsof omzet iets te maken heeft met functiezwaarte.
Wat ook vaak verkeerd gaat is dat functiezwaarte zo bepalend wordt
voor het salaris dat het niet meer uitmaakt hoe goed iemand zijn werk
doet.
Welk
principe moet je er dan wél onder leggen?
Het
vaste salaris, vinden wij, moet zijn gerelateerd aan het
probleemoplossend vermogen van de functionaris. En niet aan omzet,
winst, aantallen medewerkers, sector of iets dergelijks. Complexiteit
van het werk en de mate van onafhankelijkheid waarmee iemand zijn
functie vervult, bepalen het probleemoplossend vermogen dat nodig is.
Deze twee elementen, complexiteit en onafhankelijkheid, zijn voor
iedere medewerker relevant, ook voor de topbestuurder.
En
die bonussen, hoe kijken jullie bij Bureau Baarda daar tegenaan?
De
salarisgrondslag van de top is nu nog te vaak vervuild met
oneigenlijke elementen, zoals omzet, rendement, aantal medewerkers.
Dat is principieel onjuist. Die zaken horen thuis in de
prestatietoeslag of bonus, niet in het vaste loon. In een fatsoenlijk
salarissysteem is er een juiste balans tussen het vaste en het
variabele deel, de bonus. De vaste component moet de toegevoegde
waarde belonen: het probleemoplossend vermogen. Deze vorm van
beloning waardeert de persoonlijke ontwikkeling. Als de persoon in
kwestie in zijn leerproces vordert krijgt hij er meer geld bij. Wie
kan zwemmen, verleert dat immers zijn leven lang niet meer. Dat is zo
ongeveer de gedachte hierachter. Anders ligt dat voor de variabele
beloning. Die waardeert de inzet en prestaties op korte termijn.
Directeuren met focus op de lange termijn moeten dus niet erg veel
variabele beloning ontvangen. Variabele beloningen tot een maximum
van 25 – 30 procent werken goed. Dan is er voldoende balans tussen
korte - en lange termijn belangen.
En
dan blijft er nog een top-top, toch?
Die
‘fatsoenlijke’ vier ton is niet genoeg om de absolute top te
betalen. We spreken dan over de concerndirecteuren van bedrijven die
globaal opereren en in divisies zijn georganiseerd. Daar gelden
andere normen voor. Eigenlijk is het jammer dat daar zoveel ophef
over is. In die zin kunnen wij ons wel vinden in het standpunt van
het Nederlands Genootschap van Directeuren (NCD), die zegt dat de
exorbitante salarissen slechts een heel kleine minderheid van het
topsegment betreft. Wij constateren met hen dat maar heel weinig
directiesalarissen boven de vier ton uitkomen. Dat wil nog niet
zeggen dat al die salarissen op de interne verhoudingen zijn
gebaseerd. Het predikaat fatsoenlijk krijgen ze daarom van ons alleen
als de interne verhoudingen, dus verdelende rechtvaardigheid plus
probleemoplossend vermogen uitgangspunt waren bij de berekening van
het topsalaris.
Drs. Patricia de Wit MSc
Reward Analyst
06 - 348 23 645
patricia@bureaubaarda.nl
Drs. Rolf Baarda
Directeur / Adviseur beloningsmanagement
Bureau Baarda B.V.
Prof. Asserweg 6
5144 NC Waalwijk
T 0416 - 272 092
www.bureaubaarda.nl






